Begrippen
De belangrijkste boekhoudtermen in gewone taal, van grootboek tot Auditfile.
Administratieplicht
De wettelijke plicht om een administratie op te zetten en bij te houden — de basis onder elke belastingaangifte.
Afschrijving
De kosten van een bedrijfsmiddel spreiden over de jaren dat je het gebruikt — maximaal 20% per jaar.
Auditfile (XAF)
De open standaard waarmee gegevens uit je boekhouding naar je accountant of de Belastingdienst gaan.
Basisgegevens
De kern van je administratie die je altijd 7 jaar moet bewaren, ongeacht welke afspraken je verder maakt.
Bewaarplicht
Hoelang je administratie moet blijven bestaan: 7 jaar, en 10 jaar voor onroerende zaken en het eenloketsysteem.
Digipoort
Het enige overheidskanaal waarlangs alle SBR-rapportages aan overheidsinstellingen lopen.
Goed koopmansgebruik
De hoofdregel voor het bepalen van je jaarwinst, met de plicht een duurzame gedragslijn te volgen.
Grootboek
Het geheel van rekeningen waarin alle boekingen per onderdeel van je bedrijf samenkomen.
Intracommunautaire levering (ICL)
Een levering van producten aan een bedrijf in een ander EU-land, met het btw-id van je klant als voorwaarde.
Opgaaf ICP
De opgaaf intracommunautaire prestaties: een aparte opgaaf naast je btw-aangifte bij zakendoen in de EU.
SBR (Standard Business Reporting)
De nationale standaard voor het digitaal aanleveren van financiële berichten aan overheid en banken.
Suppletie
Het correctieformulier voor een btw-aangifte waarin je te veel of te weinig btw hebt aangegeven.
Winst-en-verliesrekening en balans
Samen de basis waarop je fiscale winst wordt berekend, en dus waarop je aanslag rust.
Klaar om te kiezen?
Beantwoord 4 vragen en zie direct welk boekhoudprogramma bij jouw bedrijf past. Gratis en zonder e-mailadres.
Start keuzehulp