Een tweede opgaaf, naast de btw-aangifte
De Belastingdienst zet er een tweede verplichting naast: “Naast de btw-aangifte doet u ook de opgaaf intracommunautaire prestaties.” Daarin vermeld je je leveringen en diensten aan klanten die in andere EU-landen btw-aangifte moeten doen. Ook de waarde van eigen goederen die je naar een ander EU-land hebt gebracht, hoort erin; dat noemt de Belastingdienst fictieve intracommunautaire leveringen.
Je bent verplicht opgaaf ICP te doen over:
- je intracommunautaire leveringen
- je intracommunautaire diensten
- het overbrengen van eigen goederen naar een ander EU-land
- het overbrengen van voorraad op afroep
Het tijdstip verschilt per soort: leveringen geef je aan in het tijdvak van de factuurdatum, diensten in het tijdvak waarin je de dienst hebt geleverd, en voorraad op afroep in het tijdvak waarin het vervoer begon. Heb je in een tijdvak niets geleverd, dan hoef je geen opgaaf te doen. Let op de uitzondering: zijn de diensten in het land van je afnemer belast met 0% btw of vrijgesteld, dan vermeld je ze juist níet.
Het moet aansluiten op rubriek 3b
De opgaaf ICP staat niet los van je aangifte:
“Het totaal van de opgaaf ICP moet dus gelijk zijn aan het bedrag dat u over dezelfde periode invult in uw btw-aangifte bij Rubriek 3b ‘Leveringen naar/diensten in landen binnen de EU’.”
Dat is de aansluiting die de Belastingdienst controleert, en de reden dat het handmatig bijhouden van twee lijstjes zo snel misgaat.
Een fout in een eerdere opgaaf herstel je niet met een apart formulier: je corrigeert die door in de vólgende opgaaf ICP de juiste gegevens in te vullen.
Per maand, per kwartaal of per jaar
Voor goederen mag de opgaaf per maand, per kwartaal of per jaar. Per kwartaal mag alleen onder het drempelbedrag: niet meer dan € 50.000 aan goederen per kwartaal, en dan zowel in het kwartaal waarover je opgaaf doet als in elk van de vorige 4 kwartalen. Kom je in een kwartaal boven de drempel, dan moet je vanaf dat kwartaal per maand opgaaf doen. Hoe je dat overgangskwartaal indeelt, hangt af van de maand waarin je de drempel passeert: in de eerste maand zijn dat drie losse maandopgaven, in de tweede maand twee opgaven (eerst twee maanden, dan de laatste), en in de derde maand nog één kwartaalopgaaf, waarna je per maand verdergaat. Ben je 4 kwartalen op rij onder de drempel gebleven, dan mag je over het vijfde kwartaal weer per kwartaal opgeven — als je ook in dát kwartaal onder de drempel blijft.
Voor diensten geldt die drempel niet: per maand, per kwartaal of per jaar. Voor een jaaropgaaf — bij goederen én bij diensten — heb je een vergunning nodig.
Lever je beide, dan mag je goederen en diensten in aparte opgaven doen, met elk hun eigen tijdvak. Stop je ze in één opgaaf, dan gelden de regels voor goederen.
Waar het officiële formulier stopt
Het formulier staat in Mijn Belastingdienst Zakelijk, maar het heeft een harde bovengrens, en de Belastingdienst benoemt die zelf:
“In het formulier opgaaf ICP kunt u per rubriek maximaal 100 regels invullen. Als u meer invulregels nodig hebt, moet u opgaaf doen met administratiesoftware of via een fiscaal dienstverlener. De meeste administratiesoftwarepakketten kennen geen maximum aantal invulregels. Informeer hiernaar bij uw softwareleverancier.”
Dat is een van de weinige plekken waar de Belastingdienst je zonder omhaal naar je softwareleverancier stuurt. Honderd regels per rubriek is voor een zzp’er met drie Duitse klanten geen probleem en voor een webshop met EU-afnemers een muur.
Wij houden daarom per pakket bij of het de opgaaf ICP ondersteunt, met bron-URL en controledatum per waarde: zie de vergelijking. Wat er niet staat, is niet vastgesteld — geen “nee”.
Officiële bronnen
- Belastingdienst — Opgaaf ICP bij zakendoen met andere EU-landen
- Belastingdienst — Tijdvak opgaaf intracommunautaire prestaties (ICP)
Geraadpleegd op 8 september 2026. Drempelbedragen en tijdvakken staan in de bron; controleer die voor je een tijdvak wijzigt.